De familie
Oefening Woordenlijst 1 min lezen
In deze video vertelt lerares Rocío Murillo hoe de verschillende gezinsleden ten opzichte van elkaar worden genoemd in het Spaans. Onder de video vind je twee oefeningen en een woordenlijst met de vertaling.
A. ¿Quién es quién?
Responde a las preguntas sobre la familia. Bekijk de stamboom en vul het juiste familielid in. Druk op Enter om na te kijken.

-
1. Pedro es el de Rosa.
-
2. Antón es el de Javier y Lucía.
-
3. David y Tania son
-
4. Daniel es el de Marcos.
-
5. Mar y José son los de David y Tania.
-
6. Pilar y Adela son
-
7. Daniel es el de David y Tania.
-
8. Pedro y Rosa son los de Pablo.
B. Contesta a las preguntas
Beantwoord de vragen in het Spaans en druk op Enter.
-
1. ¿Quién es el padre de mi padre?
-
2. ¿Quién es la hija de mi madre?
-
3. ¿Quién es el hermano de mi padre?
-
4. ¿Quién es el hijo de mi tía?
Leer de woorden: De familie, het gezin
Op de lespagina De familie, het gezin staan alle woorden voor de familie, met de uitspraak erbij, woordkaarten en een oefening.
Naar de woordenlijstWil je op leuke wijze Spaans leren en oefeningen doen?
Vul hieronder je naam en e-mailadres in en je kunt met 20 gratis oefeningen starten!
Je kunt je op elk moment weer afmelden. Zie ons privacybeleid.