De familie
Familieleden in het Spaans, van abuelo tot primo: leer met een video hoe je ze noemt en test jezelf met twee oefeningen over wie wie is.
Berichten met een oefening: kies het juiste woord en zie direct of het klopt.
Familieleden in het Spaans, van abuelo tot primo: leer met een video hoe je ze noemt en test jezelf met twee oefeningen over wie wie is.
Leer de Spaanse onregelmatige werkwoorden die je het vaakst gebruikt en hoe je ze vervoegt, met video. Oefen daarna met tener, hacer, ir, dormir en decir.
Tijdens de Semana Santa viert Spanje Pasen met processies en pasos. Lees hoe dat gaat, met een Spaanse tekst, een woordoefening en een video.
Leer de kleuren in het Spaans met een video. Test jezelf daarna met de oefening en herhaal de woorden met uitspraak op de lespagina.
Gustar vervoeg je naar wat je leuk vindt: me gusta of me gustan. De video legt ook también en tampoco uit, en daarna test je jezelf met een oefening.
Woorden voor school in het Spaans, van estuche tot pizarra, leer je met een video. Test jezelf met een kruiswoordpuzzel en een oefening met zinnen.
Wederkerende werkwoorden in het Spaans, zoals levantarse en ducharse, gebruik je om je dag te beschrijven. Leer ze vervoegen en oefen met tien zinnen.
Muy of mucho kies je zo: muy voor een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord, mucho bij een zelfstandig naamwoord of werkwoord. Bekijk de video en test jezelf.
Preposiciones de lugar: ¿Dónde está…? Plaatsbepalingen: waar is...? ¿Dónde está el niño? Waar is het kind? No sé - ik weet het niet
Zo bestel je in een restaurant in Spanje, van la carta tot la cuenta. Leer handige zinnen en woorden, bekijk de video en test jezelf met dertien vragen.