De pretérito perfecto & indefinido

Spaans leren Oefening Gesprek 1 min lezen

De pretérito perfecto & indefinido

Pretérito Perfecto

De pretérito perfecto gebruik je wanneer de tijd nog niet is afgesloten en als je geen exacte tijdsaanduiding hebt.

De pretérito perfecto & indefinido

  • Op de dag zelf: hoy – vandaag; esta tarde – vanmiddag; después de comer – na het eten.
    Hoy he holgazaneado todo el día. – Vandaag heb ik de hele dag geluierd.
  • De tijd heeft nog verband met het heden: este mes – deze maand; este fin de semana – dit weekend.
    Esta semana he trabajado mucho. – Deze week heb ik hard gewerkt.
  • Geen concrete tijdsaanduiding: ya – al; nunca – nooit; muchas veces – vaak.
    Nunca he estado en Argentina. - Ik ben nog nooit in Argentinië geweest.

Pretérito Indefinido

De pretérito indefinido wordt gebruikt om gebeurtenissen in het verleden uit te drukken. Deze gebeurtenissen zijn definitief afgesloten.

De pretérito perfecto & indefinido

¿Qué pasó?
Wat gebeurde er?

Er zijn woorden die horen bij de pretérito indefinido: ayer (gisteren), anteayer (eergisteren), anoche (gisteravond), la semana pasada (afgelopen week), etc. (zie onderstaande foto)

Mi hermano llegó ayer.
Mijn broer kwam gisteren aan.

Onder de foto vind je een oefening! 

De pretérito perfecto & indefinido

Vul de ontbrekende woorden in

Een gesprek tussen Alberto en Ramón waarbij de pretérito perfecto of de pretérito indefinido gebruikt wordt. Let hierbij op de aanduidingen van tijd! Vul de vormen in en druk op Enter.

Alberto: ¡Tío!, ¡tío!, ¿ (tú/leer) el periódico hoy? ¿Eh? ¡Somos ricos!

Ramón: ¿Qué? ¿De qué hablas?

Alberto: ¡Nos (tocar) la lotería! Soy tan feliz. ¡Toma! ¡Toma! y ¡toma!

Ramón: ¿Qué? ¿En serio? ¿Estás seguro?

Alberto: Sí, tío, sí. ¡Hoy nuestro número (salir)!

Ramón: ¡Madre mía! ¡Tengo que llamar a mi madre y al trabajo!

(unos minutos después)

Ramón: Ya está, (yo/llamar) a mi madre, está muy contenta. ¡Por fin su hijo es millonario!

Y (yo/hablar) con mi jefe.

(yo/dejar) el trabajo. ¡Sí! ¡Soy libre! ¡Libre!

Alberto: Yo ayer (ver) un coche que me encanta y me lo voy a comprar.

Ramón: Yo el verano pasado (estar) de vacaciones en una isla paradisíaca, me voy otra vez allí. ¡No! ¡No! ¡Mejor! Me voy a comprar la isla.

(Alberto mira el periódico de nuevo)

Alberto: ¡Ups! Espera… ¿ (tú/dejar) el trabajo?

Ramón: ¡Sí! ¡Sí! ¡Estoy tan emocionado!

Alberto: Y ¿no puedes volver?

Ramón: ¡No! Pero es que no quiero. ¡No quiero volver! ¡Soy libre!

Alberto: Oye, perdona, amigo. Perdóname. Anoche no (yo/leer) bien nuestros números. No somos ricos. Me he equivocado.

Ramón: … Te mato, Alberto, ¡¡¡¡yo te mato!!!

Wil je op leuke wijze Spaans leren en oefeningen doen?

Vul hieronder je naam en e-mailadres in en je kunt met 20 gratis oefeningen starten!

Je kunt je op elk moment weer afmelden. Zie ons privacybeleid.

Conversatiecursus SpaansZelf zo'n gesprek kunnen voeren?Veel praten, directe feedback en rollenspellen met native docenten. Flexibel in te plannen.Bekijk de conversatiecursus →

Lees ook

Spanje Oefening 2 min lezen

¡Al rico gazpacho!

Gazpacho is de koude tomatensoep uit Andalusië. Lees het recept in eenvoudig Spaans en test jezelf met zes vragen over de leestekst.

Spanje Oefening 2 min lezen

El invierno en España

Spanje in de winter: lees in eenvoudig Spaans waarom Tenerife, Sevilla, Madrid en San Sebastián dan fijn zijn, en test jezelf met zes vragen.

Spanje Oefening 3 min lezen

El otoño ya ha llegado - herfst in Spanje

Lees eerst de geschreven tekst in het Spaans, en beantwoord vervolgens de vragen om te toetsen of je de tekst hebt begrepen. Autora: Rocío Murillo.