Ser of Estar

Spaans leren Oefening 2 min lezen 3 reacties

In het Spaans zijn er twee vertalingen voor het woord 'zijn'. Ze betekenen allebei gewoon 'zijn', maar ze worden in verschillende situaties gebruikt. Het is soms lastig ze uit elkaar te houden, en te weten wanneer je ze toe moet passen. Hopelijk helpt deze uitleg hier een beetje bij.

  • Ser: zijn + een eigenschap (langdurig, altijd geldend) of hoedanigheid
  • Estar: zijn + een toestand (tijdelijk, op een bepaald moment geldend); zich bevinden

Het gebruik van het werkwoord ser

Ser: la conjugación / De vervoeging van ser

  • Yo soy Ik ben
  • Tú eres Jij bent
  • Él/ella es Hij/zij is
  • Nosotros somos Wij zijn
  • Vosotros sois Jullie zijn
  • Ellos/ellas son Zij zijn

Ser wordt gebruikt voor situaties die permanent of langdurig zijn. Bij een langdurige situatie kun je denken aan bijvoorbeeld een nationaliteit, of dat je student bent. Dit zijn situaties die kunnen veranderen, maar over het algemeen wel langdurig zijn. Permanent zijn: eigenschappen van een voorwerp of persoon, beroep, nationaliteit.

Cualidades / Eigenschappen

  • Soy inteligente Ik ben intelligent
  • Eres simpático Jij bent sympathiek
  • Mis padres son tolerantes Mijn ouders zijn tolerant
  • Helena es bonita Helena is mooi
  • Vosotros sois buenos Jullie zijn goed
  • Juan es generoso Juan is royaal

Profesión / Beroep

  • Soy médico Ik ben arts
  • María es estudiante María is studente
  • Pedro es carpintero Pedro is timmerman

Nacionalidad / Nationaliteit

  • Ana es mexicana Ana is Mexicaanse
  • José es argentino José is Argentijn
  • Jan es holandés Jan is Nederlander

Otros usos de ser / Concrete situaties met ser

  • Las naranjas son de Valencia. Oorsprong: de sinaasappels komen uit Valencia.
  • Los deberes son para mañana. Doel: het huiswerk is voor morgen.
  • Son las tres de la tarde. Tijdstip: het is drie uur ’s middags.
  • Es posible que lleguen más tarde. Onpersoonlijk: het kan zijn dat ze later komen.
  • Este cañón es muy profundo. Kenmerk: deze kloof is heel diep.
  • La fiesta es en casa de Sara. Sociale gebeurtenis: het feest is bij Sara thuis.

Ser of Estar

Het gebruik van het werkwoord estar

Estar: la conjugación / De vervoeging van estar

  • Yo estoy Ik ben
  • Tú estás Jij bent
  • Él/ella está Hij/zij is
  • Nosotros estamos Wij zijn
  • Vosotros estáis Jullie zijn
  • Ellos/ellas están Zij zijn

"Estar" wordt gebruikt bij veranderlijke situaties. Een situatie verandert wanneer deze betrekking heeft op gevoelens of eenmalige acties of situaties.

Sentimientos / Gevoelens

  • Estoy harto Ik ben het beu
  • Estoy furioso Ik ben razend
  • Julio está enamorado de Silvia Julio is verliefd op Silvia

Niemand kan "eeuwig" razend zijn. Verliefd op iemand zijn, is iets dat in principe kan veranderen. Dit in verband met gevoelens van de mens die veranderlijk van aard zijn.

Situaciones puntuales / Eenmalige situaties

  • Estás muy bonita hoy, Mariela Vandaag zie jij er mooi uit, Mariela
  • Estás muy crítica, mamá Wat ben jij nou kritisch, mama

Otros usos de estar / Concrete situaties met estar

  • Estoy bien de salud. Gezondheid: ik ben gezond.
  • Estoy cansado. Toestand: ik ben moe.
  • Los archivos están ahí. Ligging: de bestanden liggen daar.
  • El chocolate está amargo. Smaak (zoals je het nu proeft): de chocolade is bitter.
  • El postre está delicioso. Indruk (jouw oordeel): het toetje is heerlijk.

Het is in het begin lastig om dit toe te passen. Iedere keer als je 'ik ben' (Juan, ziek, vrij vandaag, enz.) wilt zeggen moet je je bedenken met welke vorm je dat doet. Ook als je de vervoegingen volledig uit je hoofd kent is het nog moeilijk. De vervoegingen hierboven zijn in de Presente (Tegenwoordige Tijd). Om de werkwoorden ser en estar goed te beheersen is het eerst belangrijk te leren wanneer je ze toepast. Daarna is het pas tijd voor de subjuntivo, de (im)perfecto, etc.

Vul de correcte vorm in van de werkwoorden ser of estar

Vul de juiste vorm van ser of estar in en druk op Enter.

  1. 1. Yo holandés.
  2. 2. Tú Pedro.
  3. 3. Yo no cansado.
  4. 4. Ella abogada.
  5. 5. Juan y Pedro simpáticos.
  6. 6. Mi abuela italiana.
  7. 7. Nosotros hartos de todo.
  8. 8. Mi vecina pediatra.
  9. 9. Nunca tarde para estudiar.
  10. 10. Los estudiantes de derecho contentos.

Oefeningen met ser en estar

Ser of Estar

Autora Rocío Murillo - nivel A1/A2

1. Lee el texto y busca las palabras de vocabulario que no conozcas.

Lees de tekst en zoek de woorden waarvan je de betekenis niet kent.

2. Subraya las frases donde aparezca SER Y ESTAR.

Onderstreep (of noteer) de zinnen waarin SER en ESTAR worden gebruikt.

Ser of Estar

3. Agrupa las frases y explica su uso

Agrupa en cada nube las frases que aparecen en el texto diferenciando entre SER y ESTAR y explica cuál es su uso, por ejemplo: Wat is de functie van SER of ESTAR in deze zinnen uit de tekst? Kies het gebruik.

Voorbeeld: Es un chico muy guapo – descripción física; Está muy contento – estado de ánimo

SER

  1. 1. Soy poeta
  2. 2. Soy muy guapo
  3. 3. Mis obras son conocidas
  4. 4. Soy muy famoso
  5. 5. Soy inglés
  6. 6. Soy el único escritor
  7. 7. Mi mujer es muy celosa
  8. 8. Soy un chico misterioso
  9. 9. Romeo y Julieta son mis personajes preferidos

ESTAR

  1. 1. Estoy siempre escribiendo
  2. 2. Estoy muy contento
  3. 3. Estoy viviendo en Inglaterra
  4. 4. Estoy cansado
  5. 5. Está de moda
  6. 6. Estoy casado

4. Vamos a recordar un poco las diferencias entre SER y ESTAR:

We gaan de verschillen tussen SER en ESTAR herhalen:

Ser of Estar

Ser of Estar

5. ¿Ser o estar?

¿SER o ESTAR? Zet elk woord in de juiste kolom: zeg je het met ser of met estar? ¡Atención! Hay dos palabras donde puedes usar ser y estar. ¿Sabes cuáles son?

Ser

Estar

Ser y estar

6. ¡A jugar!

Completa este crucigrama con las palabras de vocabulario de la actividad anterior. Een puzzelopdracht! Maak deze kruiswoordpuzzel compleet met de woorden uit de vorige oefening.

1
2
3
4
5
6
7

Schuif de puzzel opzij om hem helemaal te zien.

Horizontaal

  • 1No está abierto: está … (gesloten, 7 letters)
  • 2Es un lugar: la … (berg, 7 letters)
  • 4Es un color (wit, 6 letters)
  • 7Nacionalidad/origen (Australisch, 11 letters)

Verticaal

  • 1Es un evento (verjaardag, 10 letters)
  • 3No está casado: está … (vrijgezel, 7 letters)
  • 5Está … (eten, nu bezig, 8 letters)
  • 6¿Qué hora es? (13:00) Es la … (één, 3 letters)

Nog meer voorbeelden van ser, estar en hay

Op de lespagina Het gebruik van ser, estar en hay vind je nog meer voorbeelden, met de uitspraak erbij en een oefening.

Naar ser, estar en hay

Wil je op leuke wijze Spaans leren en oefeningen doen?

Vul hieronder je naam en e-mailadres in en je kunt met 20 gratis oefeningen starten!

Je kunt je op elk moment weer afmelden. Zie ons privacybeleid.

Cursus SpaansWil je dit echt onder de knie krijgen?Bekijk alle cursussen van Espaans: met een docent, in een groep of in je eigen tempo.Bekijk het cursusaanbod →

3 reacties

  1. tine moeyaert

    Muy útil y divertido. Gracias.

  2. Lieve Schouteden

    Es muy interessante, porque es faciles.

    1. machteld miechels

      interesante y es facil

Reageren kan hier niet meer. Heb je een vraag? Neem contact met ons op.

Lees ook

Spanje Oefening 2 min lezen

¡Al rico gazpacho!

Gazpacho is de koude tomatensoep uit Andalusië. Lees het recept in eenvoudig Spaans en test jezelf met zes vragen over de leestekst.

Spanje Oefening 2 min lezen

El invierno en España

Spanje in de winter: lees in eenvoudig Spaans waarom Tenerife, Sevilla, Madrid en San Sebastián dan fijn zijn, en test jezelf met zes vragen.

Spanje Oefening 3 min lezen

El otoño ya ha llegado - herfst in Spanje

Lees eerst de geschreven tekst in het Spaans, en beantwoord vervolgens de vragen om te toetsen of je de tekst hebt begrepen. Autora: Rocío Murillo.