Hablar vervoegen spreken

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord hablar (spreken) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen.

Soort:
regelmatig werkwoord op -ar
Gerundio:
hablando
Voltooid deelwoord:
hablado

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo hablo ik spreek
tú hablas jij spreekt
él, ella habla hij, zij spreekt
usted habla u spreekt
nosotros hablamos wij spreken
vosotros habláis jullie spreken
ellos, ellas hablan zij spreken
ustedes hablan u (meervoud) spreekt

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he hablado ik heb gesproken
tú has hablado jij hebt gesproken
él, ella ha hablado hij, zij heeft gesproken
usted ha hablado u heeft gesproken
nosotros hemos hablado wij hebben gesproken
vosotros habéis hablado jullie hebben gesproken
ellos, ellas han hablado zij hebben gesproken
ustedes han hablado u (meervoud) heeft gesproken

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo hablé ik sprak
tú hablaste jij sprak
él, ella habló hij, zij sprak
usted habló u sprak
nosotros hablamos wij spraken
vosotros hablasteis jullie spraken
ellos, ellas hablaron zij spraken
ustedes hablaron u (meervoud) sprak

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo hablaba ik sprak
tú hablabas jij sprak
él, ella hablaba hij, zij sprak
usted hablaba u sprak
nosotros hablábamos wij spraken
vosotros hablabais jullie spraken
ellos, ellas hablaban zij spraken
ustedes hablaban u (meervoud) sprak

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había hablado ik had gesproken
tú habías hablado jij had gesproken
él, ella había hablado hij, zij had gesproken
usted había hablado u had gesproken
nosotros habíamos hablado wij hadden gesproken
vosotros habíais hablado jullie hadden gesproken
ellos, ellas habían hablado zij hadden gesproken
ustedes habían hablado u (meervoud) had gesproken

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo hablaré ik zal spreken
tú hablarás jij zult spreken
él, ella hablará hij, zij zal spreken
usted hablará u zal spreken
nosotros hablaremos wij zullen spreken
vosotros hablaréis jullie zullen spreken
ellos, ellas hablarán zij zullen spreken
ustedes hablarán u (meervoud) zal spreken

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré hablado ik zal gesproken hebben
tú habrás hablado jij zult gesproken hebben
él, ella habrá hablado hij, zij zal gesproken hebben
usted habrá hablado u zal gesproken hebben
nosotros habremos hablado wij zullen gesproken hebben
vosotros habréis hablado jullie zullen gesproken hebben
ellos, ellas habrán hablado zij zullen gesproken hebben
ustedes habrán hablado u (meervoud) zal gesproken hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo hablaría ik zou spreken
tú hablarías jij zou spreken
él, ella hablaría hij, zij zou spreken
usted hablaría u zou spreken
nosotros hablaríamos wij zouden spreken
vosotros hablaríais jullie zouden spreken
ellos, ellas hablarían zij zouden spreken
ustedes hablarían u (meervoud) zou spreken

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría hablado ik zou hebben gesproken
tú habrías hablado jij zou hebben gesproken
él, ella habría hablado hij, zij zou hebben gesproken
usted habría hablado u zou hebben gesproken
nosotros habríamos hablado wij zouden hebben gesproken
vosotros habríais hablado jullie zouden hebben gesproken
ellos, ellas habrían hablado zij zouden hebben gesproken
ustedes habrían hablado u (meervoud) zou hebben gesproken

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.