Vivir vervoegen leven, wonen

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord vivir (leven, wonen) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen.

Soort:
regelmatig werkwoord op -ir
Gerundio:
viviendo
Voltooid deelwoord:
vivido

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo vivo ik leef
tú vives jij leeft
él, ella vive hij, zij leeft
usted vive u leeft
nosotros vivimos wij leven
vosotros vivís jullie leven
ellos, ellas viven zij leven
ustedes viven u (meervoud) leeft

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he vivido ik heb geleefd
tú has vivido jij hebt geleefd
él, ella ha vivido hij, zij heeft geleefd
usted ha vivido u heeft geleefd
nosotros hemos vivido wij hebben geleefd
vosotros habéis vivido jullie hebben geleefd
ellos, ellas han vivido zij hebben geleefd
ustedes han vivido u (meervoud) heeft geleefd

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo viví ik leefde
tú viviste jij leefde
él, ella vivió hij, zij leefde
usted vivió u leefde
nosotros vivimos wij leefden
vosotros vivisteis jullie leefden
ellos, ellas vivieron zij leefden
ustedes vivieron u (meervoud) leefde

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo vivía ik leefde
tú vivías jij leefde
él, ella vivía hij, zij leefde
usted vivía u leefde
nosotros vivíamos wij leefden
vosotros vivíais jullie leefden
ellos, ellas vivían zij leefden
ustedes vivían u (meervoud) leefde

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había vivido ik had geleefd
tú habías vivido jij had geleefd
él, ella había vivido hij, zij had geleefd
usted había vivido u had geleefd
nosotros habíamos vivido wij hadden geleefd
vosotros habíais vivido jullie hadden geleefd
ellos, ellas habían vivido zij hadden geleefd
ustedes habían vivido u (meervoud) had geleefd

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo viviré ik zal leven
tú vivirás jij zult leven
él, ella vivirá hij, zij zal leven
usted vivirá u zal leven
nosotros viviremos wij zullen leven
vosotros viviréis jullie zullen leven
ellos, ellas vivirán zij zullen leven
ustedes vivirán u (meervoud) zal leven

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré vivido ik zal geleefd hebben
tú habrás vivido jij zult geleefd hebben
él, ella habrá vivido hij, zij zal geleefd hebben
usted habrá vivido u zal geleefd hebben
nosotros habremos vivido wij zullen geleefd hebben
vosotros habréis vivido jullie zullen geleefd hebben
ellos, ellas habrán vivido zij zullen geleefd hebben
ustedes habrán vivido u (meervoud) zal geleefd hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo viviría ik zou leven
tú vivirías jij zou leven
él, ella viviría hij, zij zou leven
usted viviría u zou leven
nosotros viviríamos wij zouden leven
vosotros viviríais jullie zouden leven
ellos, ellas vivirían zij zouden leven
ustedes vivirían u (meervoud) zou leven

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría vivido ik zou hebben geleefd
tú habrías vivido jij zou hebben geleefd
él, ella habría vivido hij, zij zou hebben geleefd
usted habría vivido u zou hebben geleefd
nosotros habríamos vivido wij zouden hebben geleefd
vosotros habríais vivido jullie zouden hebben geleefd
ellos, ellas habrían vivido zij zouden hebben geleefd
ustedes habrían vivido u (meervoud) zou hebben geleefd

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.