Het land Spanje: ligging, geschiedenis, vlag en steden
Spanje is een van de populairste vakantielanden ter wereld. Maar hoe goed ken je het land eigenlijk? Hier lees je waar Spanje ligt, wat de belangrijkste gegevens zijn, hoe de geschiedenis verliep en waar de vlag vandaan komt. Met de Spaanse woorden erbij en aan het eind een korte quiz.
Waar ligt Spanje?
Spanje ligt in het zuidwesten van Europa en beslaat het grootste deel van het Iberisch Schiereiland. Het westen van dat schiereiland is Portugal. In het noorden grenst Spanje aan Frankrijk en het kleine Andorra. Op die grens liggen de Pyreneeën, een gebergte van ruim 400 kilometer lang.
Aan drie kanten heeft Spanje zee. In het oosten en het zuiden ligt de Middellandse Zee, in het noorden, het noordwesten en het zuidwesten de Atlantische Oceaan. Op het smalste punt van de Straat van Gibraltar ligt Spanje maar zo’n 14 kilometer van Afrika.
Midden in het land ligt een grote hoogvlakte, la Meseta. Daar ligt ook de hoofdstad Madrid, op zo’n 650 meter hoogte. Na Frankrijk is Spanje het grootste land van de Europese Unie.
Eilanden en twee steden in Afrika
Bij Spanje horen ook twee groepen eilanden. In de Middellandse Zee liggen de Balearen, met Mallorca, Menorca, Ibiza en Formentera. In de Atlantische Oceaan, voor de kust van Afrika, liggen de Canarische Eilanden, met onder meer Tenerife, Gran Canaria en Lanzarote. Op Tenerife staat de Teide: met ruim 3700 meter de hoogste berg van Spanje.
In Noord-Afrika liggen bovendien twee Spaanse steden: Ceuta en Melilla. Ze grenzen aan Marokko.
Spanje in het kort
- Hoofdstad: Madrid
- Officiële taal: Spaans; in een aantal regio’s ook Catalaans, Galicisch, Baskisch of Aranees
- Staatsvorm: parlementaire monarchie
- Staatshoofd: koning Felipe VI (sinds 2014)
- Inwoners: ongeveer 49 miljoen
- Oppervlakte: ongeveer 506.000 km², ruim twaalf keer zo groot als Nederland
- Indeling: 17 autonome regio’s en 2 autonome steden (Ceuta en Melilla)
- Munteenheid: de euro (sinds 2002; daarvoor de peseta)
- Volkslied: de Marcha Real, een van de weinige volksliederen zonder officiële tekst
- Nationale feestdag: 12 oktober
- Tijd: dezelfde als in Nederland; op de Canarische Eilanden een uur vroeger
- Landnummer: +34
- Internetextensie: .es
Eén land, meer talen
In heel Spanje is het Spaans de officiële taal. Spanjaarden noemen het vaak castellano, naar de streek Castilië, waar de taal is ontstaan. In zes van de zeventien regio’s is er daarnaast nog een officiële taal, in Catalonië zelfs twee:
- Catalaans in Catalonië, op de Balearen en in de regio Valencia, waar het Valenciaans heet;
- Galicisch in Galicië, in het noordwesten;
- Baskisch in Baskenland en in een deel van Navarra;
- Aranees, een vorm van het Occitaans, in de Val d’Aran in de Pyreneeën. Het is officieel in heel Catalonië.
Vrijwel iedereen spreekt daarnaast Spaans. Waar je welke taal hoort en hoeveel mensen ze spreken, lees je in Welke talen spreken ze in Spanje?
Spaans spreken ze niet alleen in Spanje: volgens het Instituto Cervantes kunnen wereldwijd ruim 635 miljoen mensen Spaans gebruiken, van wie 519 miljoen als moedertaal, vooral in Latijns-Amerika. Welke landen dat zijn en hoe je in het Spaans zegt waar iemand vandaan komt, leer je in de les Landen en nationaliteiten.
De geschiedenis van Spanje in het kort
Eerst woonden er Iberiërs en Kelten op het schiereiland. Daarna kwamen onder anderen de Feniciërs, de Grieken, de Romeinen en de Visigoten. Dit zijn de belangrijkste momenten sindsdien:
- 711: Moren (Arabieren en Berbers) uit Noord-Afrika steken over en veroveren in een paar jaar het grootste deel van het schiereiland.
- 1469: Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragón trouwen. Deze Katholieke Koningen (los Reyes Católicos) leggen de basis voor het latere Spanje.
- 1492: Isabella en Ferdinand veroveren Granada. Zo komt er een eind aan bijna achthonderd jaar Moors bestuur. In hetzelfde jaar bereikt Columbus, in Spaanse dienst, Amerika.
- De zestiende eeuw: Spanje wordt een wereldrijk, met koloniën in Amerika en Azië. Ook de Nederlanden horen bij het rijk van de Spaanse koning. Na de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) zijn de Noordelijke Nederlanden onafhankelijk.
- 1701–1714: Na de Spaanse Successieoorlog komt de familie Bourbon op de troon. Koning Felipe VI is nog altijd een Bourbon.
- 1898: In een oorlog met de Verenigde Staten verliest Spanje Cuba, Puerto Rico en de Filipijnen, zijn laatste grote koloniën.
- 1931: Koning Alfonso XIII vertrekt naar het buitenland en Spanje wordt een republiek.
- 1936–1939: In de Spaanse Burgeroorlog wint generaal Francisco Franco. Hij regeert het land daarna als dictator, tot zijn dood in 1975. Spanje blijft officieel buiten de Tweede Wereldoorlog, maar staat daarna lange tijd internationaal alleen.
- 1975–1978: Na de dood van Franco wordt Juan Carlos I koning, een kleinzoon van Alfonso XIII. In 1977 zijn er vrije verkiezingen en in 1978 krijgt Spanje een democratische grondwet. Die maakt de weg vrij voor de autonome regio’s, elk met een eigen regering en parlement.
- 1986: Spanje wordt lid van de Europese Gemeenschap, de voorloper van de Europese Unie.
- 1992: Barcelona organiseert de Olympische Spelen en Sevilla de wereldtentoonstelling Expo ’92.
- 2002: De euro vervangt de peseta.
- 2014: Juan Carlos I treedt af. Zijn zoon wordt koning Felipe VI.
De Spaanse vlag
De Spaanse vlag heeft drie horizontale banen: rood, geel en rood. De gele baan in het midden is twee keer zo hoog als elk van de rode banen. Bij veel andere vlaggen met drie banen zijn die juist even hoog. Op de gele baan staat, iets naar links, het wapen van Spanje. Spanjaarden noemen hun vlag ook wel la rojigualda, naar de kleuren rood en geel.
Rood en geel staan al sinds 1785 op Spaanse vlaggen. Koning Karel III (Carlos III) wilde toen een vlag die op zee goed te herkennen was. Spaanse schepen voerden een witte vlag, net als de schepen van andere landen met een koning uit de familie Bourbon, en dat gaf verwarring. Waarom het juist rood en geel werd, weten we niet zeker. Vaak wordt gezegd dat het de oude kleuren van Castilië en Aragón zijn. In de huidige vorm, met het huidige wapen, bestaat de vlag sinds 1981.
De grootste steden
Madrid is met ruim drie miljoen inwoners veruit de grootste stad van Spanje. Daarna volgen Barcelona en Valencia, en dan Sevilla en Zaragoza, die ongeveer even groot zijn. Elke stad heeft een eigen geschiedenis en een eigen sfeer. Op ons blog lees je meer over:
- Madrid, de hoofdstad, met het Prado en het Retiro-park;
- Barcelona, de hoofdstad van Catalonië: Spreken ze Spaans in Barcelona? en Spaans oefenen op La Rambla;
- Valencia, de stad van de paella;
- Sevilla, de hoofdstad van Andalusië;
- Girona, een kleinere Catalaanse stad met een prachtige oude binnenstad.
Wil je Spaans leren in een van deze steden? Lees dan eerst in welke Spaanse stad je het best Spaans leert. En over eten, feesten en het dagelijks leven lees je meer in De Spaanse cultuur.
Palabras sobre España / Woorden over Spanje
Deze woorden kwamen in de tekst voorbij. Zet de vertaling uit en test jezelf.
- el país het land
- la capital de hoofdstad
- la ciudad de stad
- la frontera de grens
- el idioma oficial de officiële taal
- los habitantes de inwoners
- la comunidad autónoma de autonome regio
- el rey de koning
- la bandera de vlag
- el himno nacional het volkslied
- la moneda de munt, de munteenheid
- la península het schiereiland
- la isla het eiland
- la costa de kust
- el mar de zee
- la montaña de berg
¿Qué sabes de España?
Lees de vraag en kies het juiste antwoord. Je ziet meteen of het klopt, en bij een fout krijg je nog een poging.
-
1. ¿Cuál es la capital de España?
-
2. España tiene frontera con Francia, Andorra y .
-
3. ¿Cómo se llama el rey de España?
-
4. ¿Qué moneda se usa en España?
-
5. ¿De qué colores es la bandera de España?
-
6. ¿Dónde están las islas Canarias?