Comer vervoegen eten

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord comer (eten) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen.

Soort:
regelmatig werkwoord op -er
Gerundio:
comiendo
Voltooid deelwoord:
comido

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo como ik eet
tú comes jij eet
él, ella come hij, zij eet
usted come u eet
nosotros comemos wij eten
vosotros coméis jullie eten
ellos, ellas comen zij eten
ustedes comen u (meervoud) eet

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he comido ik heb gegeten
tú has comido jij hebt gegeten
él, ella ha comido hij, zij heeft gegeten
usted ha comido u heeft gegeten
nosotros hemos comido wij hebben gegeten
vosotros habéis comido jullie hebben gegeten
ellos, ellas han comido zij hebben gegeten
ustedes han comido u (meervoud) heeft gegeten

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo comí ik at
tú comiste jij at
él, ella comió hij, zij at
usted comió u at
nosotros comimos wij aten
vosotros comisteis jullie aten
ellos, ellas comieron zij aten
ustedes comieron u (meervoud) at

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo comía ik at
tú comías jij at
él, ella comía hij, zij at
usted comía u at
nosotros comíamos wij aten
vosotros comíais jullie aten
ellos, ellas comían zij aten
ustedes comían u (meervoud) at

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había comido ik had gegeten
tú habías comido jij had gegeten
él, ella había comido hij, zij had gegeten
usted había comido u had gegeten
nosotros habíamos comido wij hadden gegeten
vosotros habíais comido jullie hadden gegeten
ellos, ellas habían comido zij hadden gegeten
ustedes habían comido u (meervoud) had gegeten

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo comeré ik zal eten
tú comerás jij zult eten
él, ella comerá hij, zij zal eten
usted comerá u zal eten
nosotros comeremos wij zullen eten
vosotros comeréis jullie zullen eten
ellos, ellas comerán zij zullen eten
ustedes comerán u (meervoud) zal eten

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré comido ik zal gegeten hebben
tú habrás comido jij zult gegeten hebben
él, ella habrá comido hij, zij zal gegeten hebben
usted habrá comido u zal gegeten hebben
nosotros habremos comido wij zullen gegeten hebben
vosotros habréis comido jullie zullen gegeten hebben
ellos, ellas habrán comido zij zullen gegeten hebben
ustedes habrán comido u (meervoud) zal gegeten hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo comería ik zou eten
tú comerías jij zou eten
él, ella comería hij, zij zou eten
usted comería u zou eten
nosotros comeríamos wij zouden eten
vosotros comeríais jullie zouden eten
ellos, ellas comerían zij zouden eten
ustedes comerían u (meervoud) zou eten

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría comido ik zou hebben gegeten
tú habrías comido jij zou hebben gegeten
él, ella habría comido hij, zij zou hebben gegeten
usted habría comido u zou hebben gegeten
nosotros habríamos comido wij zouden hebben gegeten
vosotros habríais comido jullie zouden hebben gegeten
ellos, ellas habrían comido zij zouden hebben gegeten
ustedes habrían comido u (meervoud) zou hebben gegeten

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.