Correr vervoegen rennen

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord correr (rennen) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen.

Soort:
regelmatig werkwoord op -er
Gerundio:
corriendo
Voltooid deelwoord:
corrido

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo corro ik ren
tú corres jij rent
él, ella corre hij, zij rent
usted corre u rent
nosotros corremos wij rennen
vosotros corréis jullie rennen
ellos, ellas corren zij rennen
ustedes corren u (meervoud) rent

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he corrido ik heb gerend
tú has corrido jij hebt gerend
él, ella ha corrido hij, zij heeft gerend
usted ha corrido u heeft gerend
nosotros hemos corrido wij hebben gerend
vosotros habéis corrido jullie hebben gerend
ellos, ellas han corrido zij hebben gerend
ustedes han corrido u (meervoud) heeft gerend

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo corrí ik rende
tú corriste jij rende
él, ella corrió hij, zij rende
usted corrió u rende
nosotros corrimos wij renden
vosotros corristeis jullie renden
ellos, ellas corrieron zij renden
ustedes corrieron u (meervoud) rende

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo corría ik rende
tú corrías jij rende
él, ella corría hij, zij rende
usted corría u rende
nosotros corríamos wij renden
vosotros corríais jullie renden
ellos, ellas corrían zij renden
ustedes corrían u (meervoud) rende

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había corrido ik had gerend
tú habías corrido jij had gerend
él, ella había corrido hij, zij had gerend
usted había corrido u had gerend
nosotros habíamos corrido wij hadden gerend
vosotros habíais corrido jullie hadden gerend
ellos, ellas habían corrido zij hadden gerend
ustedes habían corrido u (meervoud) had gerend

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo correré ik zal rennen
tú correrás jij zult rennen
él, ella correrá hij, zij zal rennen
usted correrá u zal rennen
nosotros correremos wij zullen rennen
vosotros correréis jullie zullen rennen
ellos, ellas correrán zij zullen rennen
ustedes correrán u (meervoud) zal rennen

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré corrido ik zal gerend hebben
tú habrás corrido jij zult gerend hebben
él, ella habrá corrido hij, zij zal gerend hebben
usted habrá corrido u zal gerend hebben
nosotros habremos corrido wij zullen gerend hebben
vosotros habréis corrido jullie zullen gerend hebben
ellos, ellas habrán corrido zij zullen gerend hebben
ustedes habrán corrido u (meervoud) zal gerend hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo correría ik zou rennen
tú correrías jij zou rennen
él, ella correría hij, zij zou rennen
usted correría u zou rennen
nosotros correríamos wij zouden rennen
vosotros correríais jullie zouden rennen
ellos, ellas correrían zij zouden rennen
ustedes correrían u (meervoud) zou rennen

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría corrido ik zou hebben gerend
tú habrías corrido jij zou hebben gerend
él, ella habría corrido hij, zij zou hebben gerend
usted habría corrido u zou hebben gerend
nosotros habríamos corrido wij zouden hebben gerend
vosotros habríais corrido jullie zouden hebben gerend
ellos, ellas habrían corrido zij zouden hebben gerend
ustedes habrían corrido u (meervoud) zou hebben gerend

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.