Dormir vervoegen slapen

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord dormir (slapen) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen, en een onregelmatige vorm in het oranje.

Soort:
onregelmatig werkwoord
Gerundio:
durmiendo
Voltooid deelwoord:
dormido

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo duermo ik slaap
tú duermes jij slaapt
él, ella duerme hij, zij slaapt
usted duerme u slaapt
nosotros dormimos wij slapen
vosotros dormís jullie slapen
ellos, ellas duermen zij slapen
ustedes duermen u (meervoud) slaapt

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he dormido ik heb geslapen
tú has dormido jij hebt geslapen
él, ella ha dormido hij, zij heeft geslapen
usted ha dormido u heeft geslapen
nosotros hemos dormido wij hebben geslapen
vosotros habéis dormido jullie hebben geslapen
ellos, ellas han dormido zij hebben geslapen
ustedes han dormido u (meervoud) heeft geslapen

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo dormí ik sliep
tú dormiste jij sliep
él, ella durmió hij, zij sliep
usted durmió u sliep
nosotros dormimos wij sliepen
vosotros dormisteis jullie sliepen
ellos, ellas durmieron zij sliepen
ustedes durmieron u (meervoud) sliep

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo dormía ik sliep
tú dormías jij sliep
él, ella dormía hij, zij sliep
usted dormía u sliep
nosotros dormíamos wij sliepen
vosotros dormíais jullie sliepen
ellos, ellas dormían zij sliepen
ustedes dormían u (meervoud) sliep

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había dormido ik had geslapen
tú habías dormido jij had geslapen
él, ella había dormido hij, zij had geslapen
usted había dormido u had geslapen
nosotros habíamos dormido wij hadden geslapen
vosotros habíais dormido jullie hadden geslapen
ellos, ellas habían dormido zij hadden geslapen
ustedes habían dormido u (meervoud) had geslapen

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo dormiré ik zal slapen
tú dormirás jij zult slapen
él, ella dormirá hij, zij zal slapen
usted dormirá u zal slapen
nosotros dormiremos wij zullen slapen
vosotros dormiréis jullie zullen slapen
ellos, ellas dormirán zij zullen slapen
ustedes dormirán u (meervoud) zal slapen

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré dormido ik zal geslapen hebben
tú habrás dormido jij zult geslapen hebben
él, ella habrá dormido hij, zij zal geslapen hebben
usted habrá dormido u zal geslapen hebben
nosotros habremos dormido wij zullen geslapen hebben
vosotros habréis dormido jullie zullen geslapen hebben
ellos, ellas habrán dormido zij zullen geslapen hebben
ustedes habrán dormido u (meervoud) zal geslapen hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo dormiría ik zou slapen
tú dormirías jij zou slapen
él, ella dormiría hij, zij zou slapen
usted dormiría u zou slapen
nosotros dormiríamos wij zouden slapen
vosotros dormiríais jullie zouden slapen
ellos, ellas dormirían zij zouden slapen
ustedes dormirían u (meervoud) zou slapen

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría dormido ik zou hebben geslapen
tú habrías dormido jij zou hebben geslapen
él, ella habría dormido hij, zij zou hebben geslapen
usted habría dormido u zou hebben geslapen
nosotros habríamos dormido wij zouden hebben geslapen
vosotros habríais dormido jullie zouden hebben geslapen
ellos, ellas habrían dormido zij zouden hebben geslapen
ustedes habrían dormido u (meervoud) zou hebben geslapen

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.