Jugar vervoegen spelen

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord jugar (spelen) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen, en een onregelmatige vorm in het oranje.

Soort:
onregelmatig werkwoord
Gerundio:
jugando
Voltooid deelwoord:
jugado

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo juego ik speel
tú juegas jij speelt
él, ella juega hij, zij speelt
usted juega u speelt
nosotros jugamos wij spelen
vosotros jugáis jullie spelen
ellos, ellas juegan zij spelen
ustedes juegan u (meervoud) speelt

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he jugado ik heb gespeeld
tú has jugado jij hebt gespeeld
él, ella ha jugado hij, zij heeft gespeeld
usted ha jugado u heeft gespeeld
nosotros hemos jugado wij hebben gespeeld
vosotros habéis jugado jullie hebben gespeeld
ellos, ellas han jugado zij hebben gespeeld
ustedes han jugado u (meervoud) heeft gespeeld

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo jugué ik speelde
tú jugaste jij speelde
él, ella jugó hij, zij speelde
usted jugó u speelde
nosotros jugamos wij speelden
vosotros jugasteis jullie speelden
ellos, ellas jugaron zij speelden
ustedes jugaron u (meervoud) speelde

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo jugaba ik speelde
tú jugabas jij speelde
él, ella jugaba hij, zij speelde
usted jugaba u speelde
nosotros jugábamos wij speelden
vosotros jugabais jullie speelden
ellos, ellas jugaban zij speelden
ustedes jugaban u (meervoud) speelde

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había jugado ik had gespeeld
tú habías jugado jij had gespeeld
él, ella había jugado hij, zij had gespeeld
usted había jugado u had gespeeld
nosotros habíamos jugado wij hadden gespeeld
vosotros habíais jugado jullie hadden gespeeld
ellos, ellas habían jugado zij hadden gespeeld
ustedes habían jugado u (meervoud) had gespeeld

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo jugaré ik zal spelen
tú jugarás jij zult spelen
él, ella jugará hij, zij zal spelen
usted jugará u zal spelen
nosotros jugaremos wij zullen spelen
vosotros jugaréis jullie zullen spelen
ellos, ellas jugarán zij zullen spelen
ustedes jugarán u (meervoud) zal spelen

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré jugado ik zal gespeeld hebben
tú habrás jugado jij zult gespeeld hebben
él, ella habrá jugado hij, zij zal gespeeld hebben
usted habrá jugado u zal gespeeld hebben
nosotros habremos jugado wij zullen gespeeld hebben
vosotros habréis jugado jullie zullen gespeeld hebben
ellos, ellas habrán jugado zij zullen gespeeld hebben
ustedes habrán jugado u (meervoud) zal gespeeld hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo jugaría ik zou spelen
tú jugarías jij zou spelen
él, ella jugaría hij, zij zou spelen
usted jugaría u zou spelen
nosotros jugaríamos wij zouden spelen
vosotros jugaríais jullie zouden spelen
ellos, ellas jugarían zij zouden spelen
ustedes jugarían u (meervoud) zou spelen

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría jugado ik zou hebben gespeeld
tú habrías jugado jij zou hebben gespeeld
él, ella habría jugado hij, zij zou hebben gespeeld
usted habría jugado u zou hebben gespeeld
nosotros habríamos jugado wij zouden hebben gespeeld
vosotros habríais jugado jullie zouden hebben gespeeld
ellos, ellas habrían jugado zij zouden hebben gespeeld
ustedes habrían jugado u (meervoud) zou hebben gespeeld

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.