Tener vervoegen hebben

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord tener (hebben) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen, en een onregelmatige vorm in het oranje.

Soort:
onregelmatig werkwoord
Gerundio:
teniendo
Voltooid deelwoord:
tenido

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo tengo ik heb
tú tienes jij hebt
él, ella tiene hij, zij heeft
usted tiene u hebt
nosotros tenemos wij hebben
vosotros tenéis jullie hebben
ellos, ellas tienen zij hebben
ustedes tienen u (meervoud) hebt

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he tenido ik heb gehad
tú has tenido jij hebt gehad
él, ella ha tenido hij, zij heeft gehad
usted ha tenido u heeft gehad
nosotros hemos tenido wij hebben gehad
vosotros habéis tenido jullie hebben gehad
ellos, ellas han tenido zij hebben gehad
ustedes han tenido u (meervoud) heeft gehad

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo tuve ik had
tú tuviste jij had
él, ella tuvo hij, zij had
usted tuvo u had
nosotros tuvimos wij hadden
vosotros tuvisteis jullie hadden
ellos, ellas tuvieron zij hadden
ustedes tuvieron u (meervoud) had

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo tenía ik had
tú tenías jij had
él, ella tenía hij, zij had
usted tenía u had
nosotros teníamos wij hadden
vosotros teníais jullie hadden
ellos, ellas tenían zij hadden
ustedes tenían u (meervoud) had

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había tenido ik had gehad
tú habías tenido jij had gehad
él, ella había tenido hij, zij had gehad
usted había tenido u had gehad
nosotros habíamos tenido wij hadden gehad
vosotros habíais tenido jullie hadden gehad
ellos, ellas habían tenido zij hadden gehad
ustedes habían tenido u (meervoud) had gehad

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo tendré ik zal hebben
tú tendrás jij zult hebben
él, ella tendrá hij, zij zal hebben
usted tendrá u zal hebben
nosotros tendremos wij zullen hebben
vosotros tendréis jullie zullen hebben
ellos, ellas tendrán zij zullen hebben
ustedes tendrán u (meervoud) zal hebben

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré tenido ik zal gehad hebben
tú habrás tenido jij zult gehad hebben
él, ella habrá tenido hij, zij zal gehad hebben
usted habrá tenido u zal gehad hebben
nosotros habremos tenido wij zullen gehad hebben
vosotros habréis tenido jullie zullen gehad hebben
ellos, ellas habrán tenido zij zullen gehad hebben
ustedes habrán tenido u (meervoud) zal gehad hebben

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo tendría ik zou hebben
tú tendrías jij zou hebben
él, ella tendría hij, zij zou hebben
usted tendría u zou hebben
nosotros tendríamos wij zouden hebben
vosotros tendríais jullie zouden hebben
ellos, ellas tendrían zij zouden hebben
ustedes tendrían u (meervoud) zou hebben

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría tenido ik zou hebben gehad
tú habrías tenido jij zou hebben gehad
él, ella habría tenido hij, zij zou hebben gehad
usted habría tenido u zou hebben gehad
nosotros habríamos tenido wij zouden hebben gehad
vosotros habríais tenido jullie zouden hebben gehad
ellos, ellas habrían tenido zij zouden hebben gehad
ustedes habrían tenido u (meervoud) zou hebben gehad

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.