Ir vervoegen gaan

Hieronder staat de vervoeging van het Spaanse werkwoord ir (gaan) in de negen tijden van de indicativo. De uitgang staat in het groen, en een onregelmatige vorm in het oranje.

Soort:
onregelmatig werkwoord
Gerundio:
yendo
Voltooid deelwoord:
ido

Presente de indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd

yo voy ik ga
tú vas jij gaat
él, ella va hij, zij gaat
usted va u gaat
nosotros vamos wij gaan
vosotros vais jullie gaan
ellos, ellas van zij gaan
ustedes van u (meervoud) gaat

Pretérito perfecto

Voltooid tegenwoordige tijd

yo he ido ik ben gegaan
tú has ido jij bent gegaan
él, ella ha ido hij, zij is gegaan
usted ha ido u bent gegaan
nosotros hemos ido wij zijn gegaan
vosotros habéis ido jullie zijn gegaan
ellos, ellas han ido zij zijn gegaan
ustedes han ido u (meervoud) bent gegaan

Wanneer je de perfecto gebruikt en wanneer de indefinido, lees je in Pretérito perfecto of indefinido?

Pretérito indefinido

Onvoltooid verleden tijd

yo fui ik ging
tú fuiste jij ging
él, ella fue hij, zij ging
usted fue u ging
nosotros fuimos wij gingen
vosotros fuisteis jullie gingen
ellos, ellas fueron zij gingen
ustedes fueron u (meervoud) ging

Pretérito imperfecto

Onvoltooid verleden tijd

yo iba ik ging
tú ibas jij ging
él, ella iba hij, zij ging
usted iba u ging
nosotros íbamos wij gingen
vosotros ibais jullie gingen
ellos, ellas iban zij gingen
ustedes iban u (meervoud) ging

In het Nederlands is dit dezelfde verleden tijd als bij de indefinido. De imperfecto gebruik je voor wat vroeger vaak gebeurde, of wat aan de gang was.

Pretérito pluscuamperfecto

Voltooid verleden tijd

yo había ido ik was gegaan
tú habías ido jij was gegaan
él, ella había ido hij, zij was gegaan
usted había ido u was gegaan
nosotros habíamos ido wij waren gegaan
vosotros habíais ido jullie waren gegaan
ellos, ellas habían ido zij waren gegaan
ustedes habían ido u (meervoud) was gegaan

Futuro imperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo iré ik zal gaan
tú irás jij zult gaan
él, ella irá hij, zij zal gaan
usted irá u zal gaan
nosotros iremos wij zullen gaan
vosotros iréis jullie zullen gaan
ellos, ellas irán zij zullen gaan
ustedes irán u (meervoud) zal gaan

Meer over de toekomende tijd lees je in De toekomende tijd (futuro).

Futuro perfecto

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd

yo habré ido ik zal gegaan zijn
tú habrás ido jij zult gegaan zijn
él, ella habrá ido hij, zij zal gegaan zijn
usted habrá ido u zal gegaan zijn
nosotros habremos ido wij zullen gegaan zijn
vosotros habréis ido jullie zullen gegaan zijn
ellos, ellas habrán ido zij zullen gegaan zijn
ustedes habrán ido u (meervoud) zal gegaan zijn

Condicional

Onvoltooid verleden toekomende tijd

yo iría ik zou gaan
tú irías jij zou gaan
él, ella iría hij, zij zou gaan
usted iría u zou gaan
nosotros iríamos wij zouden gaan
vosotros iríais jullie zouden gaan
ellos, ellas irían zij zouden gaan
ustedes irían u (meervoud) zou gaan

Condicional perfecto

Voltooid verleden toekomende tijd

yo habría ido ik zou zijn gegaan
tú habrías ido jij zou zijn gegaan
él, ella habría ido hij, zij zou zijn gegaan
usted habría ido u zou zijn gegaan
nosotros habríamos ido wij zouden zijn gegaan
vosotros habríais ido jullie zouden zijn gegaan
ellos, ellas habrían ido zij zouden zijn gegaan
ustedes habrían ido u (meervoud) zou zijn gegaan

Meer over Spaanse werkwoorden

LeukSpaansleren.nl

Zelfstandig Spaans leren

Oefen Spaans met interactieve lessen, gesprekken en praktische oefeningen. Leer Spaans op een leuke en effectieve manier.

Begin vandaag →
Leuk Spaans leren is onderdeel van Espaans.